VAN DEN HELDER NAAR NIEUW-GUINEA
Landingsvaartuigen, voorzien van
hulpzeilen, gisteren vertrokken
Hr.Ms.L9607 en L 9608 klaren het wel
Om
half drie gisterenmiddag hebben de landingsvaartuigen Hr.Ms.”L8607 en L9608 onder bevel van de luitenant ter zee speciale
diensten ter tweede klasse T.Kasemier, de haven van Den helder verlaten. Als gewoonlijk bestond nabij het Wierhoofd voor dit
afscheid grote belangstelling. De “9607” onder commando van de luitenant ter zee der tweede klasse
J.Sijtema voer als eerste uit terwijl de Marinierskapel het Wilhelmus speelde. Enkele ogenblikken later weerklonk ons volkslied
nogmaals, nu voor de “9608”. De mannen
aan boord stonden stram in de houding en aan de wal wachtten familieleden vol ongeduld op het moment dat de opvarenden een
laatste vaarwel kon worden nageroepen. En zo verdween de vaartuigen onder zeer gunstige omstandigheden met bestemming Nieuw-Guinea.
Buitengewone reis; geen
hachelijke onderneming
Men
heeft ons verteld, dat wij deze tocht niet mogen beschouwen als een hachelijke onderneming. Wel als een reis die meer voorbereidingen
heeft geëist dan normaal het geval is. Wel ook als iets nieuws, daar een dergelijke tocht met zulke scheepjes bij de Koninklijke
Marine nooit eerder werd ondernomen. Het is zelfs de vraag, of men er zich elders wel aan heeft gewaagd. Zekerheid heeft men
hieromtrent niet omdat men niet heeft kunnen controleren wat men in de oorlog in het buitenland op dit gebied heeft gepresteerd.
Voor ons staat in ieder geval vast, dat luitenant ter zee Kasemier en zijn mannen hun opdracht, de landingsboten naar Nieuw-Guinea
te varen, niet onderschatten. Want er komt geduchte zeemansschap bij kijken. En daar weet de bemanning, die voor een groot
deel uit “liefhebbers” bestaat wel het één en ander van. Staat meneer Kasemier bijvoorbeeld niet bekend als een
eerste klas zeiler? Dat zegt niets, zal men willen zeggen, maar het heeft toch wel iets te betekenen, dat men deze opdracht
aan hem heeft durven toevertrouwen!
Wat
betreft de snelheid is men volkomen afhankelijk van het weer. De vaartuigen bezitten elk twee sterke motoren en zijn bovendien
voorzien van 60 m² zeil, welke ferme lap dient
te worden gezien als een hulpzeil. De kruissnelheid is uitgezet op zes mijl maar normaal kan even sneller worden gevaren.
Men hoopt wel degelijk profijt te trekken van het zeil, waarmee slechts resultaten kunnen worden bereikt, wanneer de wind
“achterlijker dan dwars” is.
“Naar mijn gevoel”, zo zei luitenant
ter zee Kasemier,” is er geen enkel risico bij”. Het is logisch dat wij niet met volle kracht tegen een zware
zee kunnen jassen: daar zijn deze schepen niet op gebouwd. En wat de zeewaardigheid betreft, de stabiliteit is fantastisch.
Dat neemt niet weg dat wij voor onze tocht “goede zee” , het gunstigste
ogenblik hebben gekozen”. En collega Sijtema was volmondig met hem eens ” dat zij het wel zouden klaren”.
Volledigheidshalve
zij vermeld, dat de L.T.’s enkele verbouwingen hebben ondergaan. De voornaamste verbetering en ook de grootste verbouwing was, dat men het nachtverblijf van de bemanning zo ver mogelijk wat gerieflijker heeft
gemaakt. Hier en daar werd nog een enkele versterking aangebracht, maar de LT-staat bleef volledig behouden.
Men
begrijpt dat een goede geest onder de bemanningen ( op elke boot zijn 5 officieren en vierentwintig korporaals en manschappen
ondergebracht) van het allergrootste belang is. Maar ook daarvoor maakt men zich geen zorgen. Voor de familieleden is het
misschien niet aardig, dat sommigen ons toefluisteren:” We hebben er echt zin in”. Wij zeiden het al: vele opvarenden
gaan op eigen verzoek mee. Beter kun je het bijna niet hebben. De Commandant Zeemacht Nederland, schout bij nacht C.W. Slow,
heeft de bemanning kort voor het vertrek ongeveer als volgt toegesproken: “Ik dank u allen hartelijk voor de zorgen
die u aan het gereedmaken van de vaartuigen hebt besteed. U hebt reeds een goed stuk werk verricht. Ik mag u wel wijzen op
de grote verantwoordelijkheid en het bijzondere karakter van deze reis, nu u de eer te beurt is gevallen de schepen naar Nieuw-Guinea
te brengen. U zult veel ervaringen opdoen die van grote nut zijn voor het zeemansschap. Ik wens u allen een goede reis.
In November…….
En die reis nu is geen
peulenschilletje. De mannen zijn evenwel vol goede moed, vertrouwen op gunstig weer en rekenen er op, dat Nieuw-Guinea in
de tweede week van November is te bereiken. Zij zullen wellicht anderhalf jaar wegblijven, intussen transport-varen en dan
naar Nederland terugkeren. Het is de bedoeling, dat de landingsvaartuigen die 54,5 meter lang en 9.68 meter
breed en uitgerust met een mast en ra’s voor het zeil, in Nieuw-Guinea achterblijven.