|
Onderzeedienst Embleem.

Jezebel was de allereerste helikopter in Nederland, een Sikorsky S 51.
Het toestel was in 1949 door de Stichting voor Hefschroefvliegtuigen aangeschaft en werd in 1951 door de Marineluchtvaartdienst
overgenomen. Vanwege de zeer moeilijke bediening en wispelturigheid (volgens een van de eerste piloten vond iedereen het
"net een valse heks") kreeg de helikopter al snel de bijnaam Jezebel, naar de toenmalige hitsong over een "slechte
vrouw".
In 1953 bewees Jezebel onschatbare diensten bij de reddingsoperaties tijdens de Watersnoodramp in Zeeland: velen werden
van de daken of uit het water gered door de helikopter, die ook toen nog de enige in Nederland was.
Al snel overigens werd Jezebel bij deze acties bijgestaan door een Belgische en enkele Britse helikopters.
Als boordhelikopter van het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman heeft Jezebel daarna nog heel wat van de wereld gezien.
In 1959 werd het toestel uit dienst gesteld.
| Bunkers Waalhaven Rotterdam, Zeearend links |
|
|
In 1946 werd de Onderzeedienst aan de Waalhaven in Rotterdam in gebruik genomen. Aan
de waterkant van de Waalhaven stonden twee bunkers die in de oorlog hadden dienst gedaan als schnell-bootbasis. De grootste
bunker had aan de waterkant z.g. insteekhavens,hier lagen in oorlogstijd de schnellboten veilig voor bombardementen. De
constructie van de muren en plafond was van gewapend beton en was op sommige plaatsen drie meter dik. Het is de geallieerden
slechts één maal gelukt om hier een bom zijn vernietigingswerk te laten doen. In de bunker waren diverse werkplaatsen zoals
het torpedo-atelier, de machinewerkplaats, de accuwerkplaats,radio/radarwerkplaats, de timmermanswerkplaats,telegrafistenwerkplaats,het
duikbedrijf en voor elke boot een goedang of kabelgat. Voor de bunker lag afgemeerd,Hr.Ms.Zeearend, een voormalig schip
van de Batavierlijn,wat dienst deed als opleidingsschip voor de onderzeebootbestrijding en geruispeilers. Tussen Hr. Ms.
Zeearend en de bunker lag het plunjeschip. De bunker had aan de straatkant één ingang,aan de oostkant één ingang en aan
de westkant één ingang. Aan de westkant was tevens de steiger. Hier lag ons wachtschip. In mijn diensttijd was dat de
Medusa en later de Drebbel. Verder de steiger oplopend, lagen er aan beide zijden de onderzeeboten afgemeerd. Tweehonderd
meter verder naar het westen stond de tweede bunker, dit was de mijnenbunker. Die naam stamde ook nog uit de bezettingstijd,
want wij hadden geen boten meer die mijnen konden leggen. De mijnenbunker werd gebruikt als magazijn en opslagplaats. Voor
de bunker stond een houten keet waarin was ondergebracht: het kantoor van chef technische dienst,chef conservatie en kantoor
van de divisiechef. Aan de straatkant zat in een houten hok de onderofficier van de wacht met zijn leerling. Iets verder
in westelijke richting eveneens vóór de bunker stond een klein stenen gebouw met véél ramen, dat was de smederij. Dit alles
was ons werkterrein. Aan de zuidelijke kant van dit werkterrein liep de openbare weg,dat was de Waalhaven z.z. Aan de
overkant van deze weg lagen de barakken. In deze barakken waren de diverse diensten ondergebracht. Om er een paar te
noemen: De Wapenkamer, vervoersdienst,de Bottelier, de keuken,de kapper, de kantine, de eetzaal, hut commandant, officiersverblijf,
onderofficiersverblijf, verschillende administratieve diensten en de slaapverblijven van Officieren, onderofficieren, korporaals
en manschappen. Na vastwerken was de basis uitgestorven. O.S.en O bestond uit één maal per week een film in de eetzaal. De
S van sport was dan aanwezig als je toevallig strafdienst tegoed had. De O van ontwikkeling moest je wel buiten de basis
zoeken in gelegenheden zoals Tante Pietje, Cafe Lijn Twee, Cafe Rein Kokken en véél van dat soort zaken. Toch heb ik vele
goede herinneringen aan de basis en zou ik dit tijdvak in mijn leven voor geen goud hebben willen missen. De saamhorigheid
was groots, nu na zoveel jaar is er nog steeds die speciale vriendschapsband een onderzeeboot man eigen.
By Nick Kuyper
| Onderzeeboten Waalhaven 1947 |
|
|
DIV
Mijn naam is Jan Janbroers oud torpedomaker Onderzeedienst van Maart 1945 tot Januari 1949. Eerst Dundee
daarna Waalhaven. Ik heb jouw artikel over de Waalhaven gelezen en je omschrijving is precies zoals ik het ook in
mijn gedachten had. Alleen bij het wachtschip zijn mijn herrinneringen anders. Ik heb een foto uit 1946 waarop
als wachtschip staat de BUFFEL. Ik heb daar in de kooi gelegen tot de barakken klaar waren. Links op de foto zie je
de overkapping van de bunker en onder de Zwaardvis en O23. Ik zelf heb de meeste tijd doorgebracht op de Zwaardvis. Heb
daarmee ook een trip naar de West gemaakt met o.a. Wout Weener Gerrit Wind Bill krikken en Jaap Brasser als Torpedomakers
aan boord. Schipper was Jaap Kossen. Misschien herrinnering je nog een van deze namen?
Met de groeten uit Victoria B.C. Canada Jan Janbroers.
| Waalhaven Buffel |

|
| Waalhaven 1948 Bemanning Zwaardvis |
|
|
| Foto Guus Tuender |
vlnr. van den Bosch (USA), Tesser, Wever, In het midden met pet Charley Davenpoort, Achter
Charley Scholten, Half gezicht grijs haar Kleynschilot Smidt. Vooraan Rooie Siem Spruijt, Decker, van der Veen naast de Pet
Lamon Trip ( Regenjas over arm) Geerse, Op zijn knieen ??
| Vlootdagen 1954 Zwaardvis. |
|
|
| Waalhaven Monument |
|
|
| foto bij Kees Koning |
| Minisub Waalhaven. |
|
|
| Foto bij Kees Koning |
Waalhavenbunker gemaakt op 8 april 1945.
Bij het bombardement van november '44 ook een gedeelte van het dak was weggeblazen omdat er toch een Tall
Boy vlak ervoor in het water was gekomen.
Na dit bombardement zijn de Duitsers met hun E-boten en dwergonderzeeers gevlucht naar de Poortershaven
bij Maassluis tot ze daar ook werden weggebombardeerd.
| Waalhaven Bunker 1945 |
|
|
| Foto bij Ed v. Driel |
| Bomgat Waalhaven Bunker |
|
|
| Foto bij Kees Koning |
| Demolising Waalhaven Bunkers. |
|
|
| Zeeleeuw Waalhaven |
|
|
| Foto bij Jan oldenhuis |
Een van de vele Onderzeeboot
verhalen.
Deze bij Jan Oldenhuis
In 1953 al in het Witte Huis.
In 1953 was ik een van de jongste aan boord van Hr.
Ms. Zeeleeuw, een onderzeeboot, overgenomen van de Amerikaanse Marine. Na zon drie maanden oefeningen en lessen op een onderzeebootschool
in New London gehad te hebben maakte wij, na de officiele overdracht, vlagvertoon in Washington D.C.
Leden van het consulaat en vele anderen Nederlanders
en Amerikanen waren uitgenodigd om de onderzeeboot te bezichtigen. Bij aankomst en na het afmeren op vrijdagmiddag wilde ik
als eerste van boord in mijn eentje Washington te gaan verkennen. Met een stel maten zou daar niet zoveel van komen dacht
ik zo. Ik liep dus pakkian-deftig de lange pier af toen ik plotseling een bootsmansfluitje hoorde. Automatisch, een kwestie
van discipline, keerde ik mij om en zag aan dek de schipper en de eerste officier staan. Ik moest onmiddelijk aan boord terug
komen.
Bloemen voor Mamie Eisenhower.
De eerste officier vertelde mij dat de volgende dag,
de Zaterdag, een delegatie van onze boot was samengesteld om als afvaardiging van onze Koninglijke Marine een bezoek te brengen
aan het Witte Huis. De delegatie zou bestaan uit onze commandant, de eerste officier, een sergeant machinist en ik, de ziekenpa
als lid van de bemanning. Ik was uitgekozen om, als de jongste, bloemen aan Mamie Eisenhower, de vrouw van de President van
Amerike aan te bieden.
Opdoffers.
Verbaasd keek ik de eerste officier aan die gewoon
verder ging om mij tevertellen dat zoals mijn uniform er nu uitzag dit niet door de beugel kon, laat staan om naar het Witte
Huis te gaan. Mijn schoenen waren niet al te goed gepoetst, geen veer in mijn pet enz. Ik werd verzocht om weer naar beneden
te gaan waar mijn bed en verblijf was. Toen ik beneden kwam werd ik van alle kanten becritiseerd met opmerkingen als: je mag
wel nieuwe strepen op je mouw maken, je mag je broek wel eens persen. Wij hebben gestemd en besloten dat jij onze afgevaardigde
bent en naar het Witte Huis mag om bloemen aan te bieden.
Tot laat in de avond ben ik bezig geweest om mijn
uniform in orde te maken. Ik moet eerlijk zeggen dat, toen ik de volgende morgen om 10 uur bij de valreep stond, ik er uit
zag om door een ringetje te halen.
Plotseling zag ik dat de aangewezen sergeant nog
in zijn overal over het dek liep. Hij vertelde in haast dat ze pech hadden in de machinekamer, maar dat hij zich nu ging verkleden.
Ik heb toen ongeveer 20 minuten op de pier staan
te wachten op de rest of de delegatie. Al heen en weer schilderend.
Maar wat gebeurde er toen? De gehele bemanning kwam
aan dek en die begonnen te schateren van de lach om de poets die ze mij hadden gebakken. De commandant stond met tranen in
de ogen van het lachen. Daar stond ik dan, als zogenaamde afgevaardigde.
Natuurlijk van ik het eigenlijk wel jammer dat dit
avontuur niet doorging.
Maar toen ze allemaal uitgelachen waren mocht ik
wel gelijk gaan passagieren. Ik hoefde dus niet tot 12:00 uur , het moment van Vast Werken te wachten.
Men heeft mij een lange tijd Ike genoemd, de voornaam
van de President. Ik moest vaak aan dit verhaal terug denken. Het was een goede mop waarom ik zelf nog steeds kan lachen.
Zijn er nog oud bemanningsleden van Hr. Ms. Zeeleeuw
die dit verhaal kunnen herinneren? Laat dan even wat van je horen.
Janold@aol.com>
|